Hond en belasting

Op 10 juni heeft de Tweede Kamer een debat gehouden over het burgerinitiatief om de hondenbelasting af te schaffen. Het is nog niet zo ver; er wordt aan gewerkt en er wordt over vergaderd.

Hondenbelasting. Maar de hond betaalt niet zelf, want die heeft geen rechten en zelfs geen zakgeld: die belasting mag u betalen. In het debat kwam het duidelijk naar voren: de belasting dient niet ter opruiming van hondenpoep, want de belastingpenningen vloeien naar de algemene middelen van uw lokale gemeente. Daar wordt dus van alles van betaald: lantaarnpalen, stookkosten voor het stadhuis, subsidie voor het toneel en nog heel veel meer.


U denkt te weten wat een hond is, maar er is rechtspraak nodig geweest om dat definitief uit te maken. En het zal u verbazen: een hond is geen kat. Een gemeente (de historie vermeldt niet of het ging om Hondsrug of Katwijk) besloot om katten onder de hondenbelasting te brengen. Daarvoor was het nodig om een kat aan te merken als een hond. Dat kon niet, vond de rechter. Sindsdien staat dit bekend als de “kat is geen hond”-jurisprudentie. Dat is geheel volgens de indeling van Linnaeus: je kunt een hond (canis lupus familiaris) niet eens kruisen met een huiskat (Felis catus), er komt geen nestje van.


Ik heb dit aan mijn eigen kat uitgelegd, en die knikte wat soezelig. Ze is nog altijd vrijgesteld van belasting, net zoals het dorpje van Asterix. Of, in fiscalistenjargon: katten behoren niet tot de heffingsgrondslag. De hondslag. Zij mogen, kortom, gratis de tuin van de buurman onderschijten. Ze doen het graag, in het kader van landjepik.


Het is wel wonderlijk wat de wet allemaal kan. Een ongeboren kind kan als geboren worden aangemerkt als dat in het belang van het kind is. Bijvoorbeeld om iets te erven. Prenataal koningschap – een koninkrijk erven vanuit de moederbuik – is ook mogelijk. Dat is gebeurd in Perzië in het jaar 309 na Christus. De kroon werd in een openbare plechtigheid op de buik van de moeder geplaatst. Dichter bij zijn beminde, den volke toegewijde vorst kon men niet komen.


En een overledene wordt juridisch voortgezet door de gezamenlijke erfgenamen tot de erfenis is afgewikkeld. Juristen schrikken niet terug voor de grens tussen leven en dood.


Maar er is een grens die dieper insnijdt, en dat is de grens tussen de aartsvijanden hond en kat. Daar komt een jurist niet overheen.




30 keer bekeken
Schrijf een reactie aan Christiaan...

Bedankt voor de inzending!