legeipS

- I -

OTTO: Waarom verwisselt een spiegel wel links en rechts, en niet boven en onder?

ANNA: Omdat je ogen naast elkaar zitten. Zaten ze boven elkaar, dan zouden je voeten in de spiegel bovenaan zitten.

OTTO: O ja? Ga eens voor de spiegel staan en dek één oog af. Nu maakt het geen verschil meer dat je ogen naast elkaar zitten. Of draai je hoofd, zodat je ogen boven elkaar zitten. Het wordt er niet anders door.

ANNA: Nee, er is iets anders aan de hand: een spiegel wisselt niet links en rechts, maar voor en achter.

Alice Through the Looking-Glass, getekend door John Tenniel

- II -

OTTO: Als je nou twee spiegels recht tegen over elkaar zet en je gaat ertussenin staan, dan zie je een oneindige herhaling van het spiegelbeeld.

ANNA: Dat is interessant. Het licht reist met de lichtsnelheid heen en weer en bouwt telkens opnieuw weerkaatsingen op. Zelfs bij een troebele spiegel of een spiegel die beslagen is, is dat zo. Troebelheid of beslag remt de lichtsnelheid niet. De reeks spiegelbeelden plant zich dus voort tot in het oneindige, met de halve lichtsnelheid.

OTTO: Halve lichtsnelheid?

ANNA: Ja, niet de hele lichtsnelheid. Hij gaat immers telkens heen en weer.

OTTO: Nee, dat is niet waar. Dat is alleen maar het beeld dat je ziet, de weerspiegeling.

- III -

ANNA: Kijk je eigenlijk in een spiegel of door een spiegel? Wat zie je als je in een spiegel kijkt?

OTTO: Nou ja, een goeie spiegel zie je eigenlijk niet. Misschien zie je druppels op een natte spiegel, of vlekjes. Maar in wezen zie je de spiegel niet, je ziet alleen de weerspiegeling.

ANNA: Een spiegel is onzichtbaar?


- IV -

ANNA: Als iemand is gestorven, is er een oude traditie die zegt dat alle klokken in het huis moeten worden stilgezet en alle spiegels worden bedekt. Waarom zou dat zijn?

OTTO: Hm. Ik denk omdat iemand die dood is, uit de tijd is, zoals de uitdrukking zegt. Hij wordt niet ouder, maar staat ook niet stil.

ANNA: En wat heeft dat met klokken en spiegels te maken? OTTO: Klokken en spiegels zijn symbolen van de tijd.

ANNA: Van klokken snap ik dat. Maar spiegels?

OTTO: Spiegels weerkaatsen het licht. Daar hadden we het net over. Licht reist met de snelheid van het licht, de hoogste snelheid die er bestaat, denken we.

ANNA: En?

OTTO: Nou ja, licht is dus net zoiets als tijd, je meet de snelheid in lichtjaren. Wie reist met lichtsnelheid veroudert niet. Wat niet kan, maar toch.

ANNA: Wat een onzin. Nee, ik denk dat een spiegel wordt afgedekt als er een dode is, omdat spiegels worden gezien als een doorgang naar een andere wereld. De overledene zou kunnen terugkeren via een spiegel, en dat is onnatuurlijk, want dood is dood. Bovendien zou de Dood, Magere Hein of hoe hij ook heet, ons kunnen ophalen via een spiegel, want de overledene heeft de toegang tussen de wereld van de levenden en die van de doden opengezet. Die deur moet eerst weer dicht.

OTTO: De spiegel tocht dus?

ANNA: Juist, de spiegel tocht.

OTTO: Alleen krijgt Magere Hein zijn zeis niet door een handspiegel. Die hoef je dus niet te bedekken.

ANNA: Nou, pas maar op. Hij heeft als het moet nog een reismodelletje, niet groter dan een scheermesje. Voor een chirurgische ingreep.

OTTO: Gloep.

15 keer bekeken
Schrijf een reactie aan Christiaan...

Bedankt voor de inzending!