Muziek in mijn hoofd

Dagenlang zat er aldoor een melodie in mijn hoofd: het vrolijke liedje uit de opera Die Zauberflöte van Mozart dat begint met de woorden Der Vogelfänger bin ich ja, stets lustig heisa hopsasa. Zomaar? Nee, ik ontdekte dat de smartphone-annex-horloge die mijn vriendin droeg zo nu en dan een muzikaal loopje liet horen dat deed denken aan het Mozartlied.

Papageno als Der Vogelfänger

Na enig speurwerk ontdekte ik dat het loopje bij Mozart gemaakt wordt door een piccolo – vogelimitatie. Alleen zag ik ook op youtube dat het tot de uitvoeringsclichés van de opera hoort om Papageno, die de aria zingt, een panfluit aan een touwtje om de nek te hangen. Elke keer dat de piccolo vanuit de onzichtbare orkestbak zijn klimmende melodie geeft, playbackt Papageno de piccolo op zijn panfluit. Bij mijn weten is de panfluit helemaal geen onderdeel van het klassieke symfonie-orkest.


Later kwam er regelmatig een heel andere melodie in mijn hoofd op. De slepende, dreigende tonen van Johannes Brahms in het tweede deel van zijn Ein Deutsches Requiem: “Denn alles Fleisch, es ist wie Gras”. Dat komt, we hebben een nieuwe koffiemachine gekocht, die de verse bonen eerst effectief tot poeier puint om er dan voortreffelijke koffie van te maken. Maar dat procédé begint dan met een geluid dat me doet denken aan de openingsklanken van Brahms’ omineuze muziek: marstempo in drie-kwartsmaat. Bij Brahms komen die klanken, een stijgende kwart, van de fagot.

Denn alles Fleisch, es ist wie Gras.

Het spijt me, lezers, dat ik telkens heel elitair bij die klassieke componisten uitkom. Ik had ook graag geschreven dat ik geluiden hoor die me herinneren aan De vlieger van Drétje, of voor mijn part aan Ding-a-dong van Teach-In, om in de seizoenssferen te blijven. En ik kan er ook niks aan doen dat ik een goed muzikaal geheugen heb, zodat ik dit soort zwarigheid nog kan ophoesten ook.


Als u me te klassiek vind, kan ik u een klein stapje tegemoet komen. De eigenaardigheid bij Brahms (een mars in walstempo) doet me denken aan een klassiek nummer uit de popmuziek. Army Dreamers, het anti-oorlogslied van Kate Bush uit 1980. Het nummer gebruikt het geluid van het laden van een geweer en de commando’s van een sergeant als percussie, maar daar overheen ligt een traag slepende wals als melodie. De marcherende soldaat lijkt gedwongen te worden om het marcheren te staken en te gaan dansen.

Kate Bush in Army Dreamers

What could he do? Should have been a father But he never even made it to his twenties.


P.S. De spellingcontrole geeft bij Teach-In als alternatief: Tenach. En dan noemen ze mij elitair.

25 keer bekeken
Schrijf een reactie aan Christiaan...

Bedankt voor de inzending!