Taalklimaattheorie

Amerika erkent weer dat er een probleem met het klimaat is. Maar dat er zoiets is als een klimaat is pas in de achttiende eeuw ontdekt. Je moet er maar opkomen. Het was toen meteen een gloednieuw idee (al vermoed ik dat de Chinezen, de Grieken en de Hopi-Indianen er al veel eerder over begonnen zijn, zoals altijd). Het idee was zo allesomvattend, dat de wetenschap flink doordraafde en alles vanuit het klimaat ging verklaren: niet alleen de planten en dieren die in het ene land wel voorkomen en in het andere niet, maar bijvoorbeeld ook het verschil in volkskarakter. In warme streken waren de mensen ook sneller verhit – dat werk. De hoogtijdagen van de klimaattheorieën.


Die theorieën sloegen wetenschappelijk gezien zelden als een tang op een waterpomp, en meestal gewoon op een varken. Dat geeft mij een legitimatie om ook een dubieuze klimaattheorie te ontwikkelen, en wel over taal.

Biden ondertekent het Klimaatverdrag, weer

In warme streken kennen de talen veel lange klinkers. Luister maar naar het Italiaans. Of – nog warmer – het Hawaiiaans, die taal bestaat voornamelijk uit klinkers. Die klinkers zijn om de hitte uit te kunnen wasemen terwijl je praat. In koude streken daarentegen kent de taal veel korte medeklinkers. Zoals bij het Russisch. Russen willen namelijk niet teveel warmte verliezen door de mond te lang open te houden. Zelfs binnen het Nederlands is het al waarneembaar: luister maar naar de Groningers die in het hoge noorden lettergreep’n inslikk’n en de Maastrichtenaren die in het zuidelijkste puntje van Nederland zangerig en langgerekt praten.


Het klimaat heeft ook invloed op de grammatica. Het Fins staat erom bekend dat het hele zinnen vormt die maar uit één woord bestaan. Zinselementen waarvoor wij aparte woorden gebruiken, worden in het Fins haastig als één woord eruitgegooid. Want met één lang woord hoef je niet tussendoor naar adem te happen en dus koude lucht naar binnen te zuigen. De Engelse wikipedia geeft als voorbeeld “istahtaisinkohan”, te vertalen als: ik vraag me af of ik niet eventjes moet gaan zitten. Dat scheelt een sloot lettergrepen.


Het verschil in aantal woorden is ook al waarneembaar tussen Romaanse en Germaanse talen. Het Nederlands en het Duits bouwen aan, waar Frans en Spaans splitsen. Zo zal het door mij zojuist gemunte woord “taalklimaattheorie” in het Duits zoiets zijn als “Spracheklimatheorie”. In het Frans wordt het “théorie linguistique sur le climat” – in het Spaans “teoría linguística sobre el clima”. Telkens één woord met zes of zeven lettergrepen in deze koude streken, tegen vijf woorden met tien of zelfs twaalf lettergrepen in de warmere contreien.


In de Sahara raken ze niet uitgepraat, terwijl ze flink uitademen met die lange G-klanken – behalve als er een zandstorm voorbijkomt. In moslimlanden staat er vijf keer per dag een man in een toren lange teksten te zingen, met veel lange uithalen. U begrijpt nu waarom.


En het zou mij niks verbazen als de mensen die klimaatverandering ontkennen dezelfden zijn die zich verzetten tegen taalverandering. Hun wereldbeeld is statisch tegen beter weten in. U ziet, er is een innig verband tussen taal en klimaat.

19 keer bekeken
Schrijf een reactie aan Christiaan...

Bedankt voor de inzending!