hij of Hij, de Heer of Jahweh?

Schrijf je “God zag alles wat Hij gemaakt had”, of is Hij met hoofdletter niet nodig? Is het dus “God zag alles wat hij gemaakt had”? Er is een lange traditie om in Bijbelvertalingen de eerbied voor God uit te drukken met deze hoofdletter. In de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004 werd hij geschrapt. Maar in de nieuwe editie die dit jaar verschijnt kom Hij weer terug. Maar op de terugkeer van de hoofdletter is nu kritiek gekomen vanuit feministische hoek. Met die hoofdletter wordt namelijk de masculiene taal van de bijbelschrijvers extra en vooral onnodig benadrukt, zeggen deze critici.

In de stralenkrans staat JHWH

Ik weet niet helemaal wat zij hiermee bedoelen. Is “Hij” masculiener dan “hij”? Dat voel ik niet zo aan. Een heel andere vraag is waarom je die hoofdletter überhaupt zou zetten. In de originele (Hebreeuwse of Griekse) tekst staat hij niet. Dus zo’n hoofdletter is wel een interpretatie die allerlei andere interpretaties blokkeert. Jezus wordt er bijvoorbeeld goddelijk van, terwijl dat nog wel een kwestie is. Lexicografische deïficatie.


Maar deze feministische critici missen een geweldige kans. Want die masculiene taal van de bijbelschrijvers valt wel mee. In bijna alle vertalingen van het Oude Testament wordt God ongeveer 6000 keer aangeduid als “de Heer” of zelfs als “de HEER” – vier keer eerbied bij elkaar. Maar in de Hebreeuwse grondtekst staat dat er helemaal niet.


Op de meeste plaatsen staat er JHWH, en dat moet je lezen als Jahweh (het Hebreeuws heeft geen klinkers). Vaak staat er Elohim. Acht keer staat er Adonai. Jahweh is de Hebreeuwse naam van God, zijn eigennaam. Elohim betekent “God”. Alleen Adonai betekent ook echt Heer. In Nederlandse vertalingen wordt JHWH wel vertaald met HEER, maar dat staat er dus niet.


In het Nieuwe Testament is het echter goed mis. Daar wordt God ook in het originele Grieks aangeduid als de Heer, en Jezus ook. Christenen kunnen kennelijk twee Heren dienen. En Jezus krijgt in de meeste vertalingen ook de eerbiedigheidshoofdletter: zelfs over de twaalfjarige Jezus schrijft Lucas al: “de genade Gods was op Hem.” Terwijl die nog maar drie turven hoog was.


Waar komt dit Nieuwtestamentische ge-Heer vandaan? Enkele eeuwen voor Christus hebben Joodse theologen in de Egyptische stad Alexandrië een Griekse vertaling, de Septuagint, gemaakt van de Tenach, het Joodse heilige boek – wat wij nu meestal in Christelijke termen aanduiden als het Oude Testament. En in een aantal edities van de Septuagint werd het Hebreeuwse JHWH vervangen door het Griekse woord Kurios (“KurioV”) oftewel Heer. Deze vertaling gaat terug op een Joodse traditie: Joden mochten uit eerbied voor God zijn naam niet uitspreken, dus als ze uit de heilige teksten voorlazen, lazen ze, overal waar JHWH stond, Adonai, Hebreeuws voor Heer.


En het eigenaardige is dat de eerste Christenen, ook de evangelieschrijvers en de schrijvers van de brieven van Paulus (zoals onder andere Paulus), alleen de Griekse Septuagint kenden. Ze lazen meestal geen Hebreeuws, maar met Grieks konden ze uit de voeten. Veel verwijzingen in het Nieuwe Testament naar het Oude Testament maken dan ook gebruik van die Griekse vertaling. Het ruime gebruik van de aanduiding “Heer” voor God in het Nieuwe Testament komt waarschijnlijk daar vandaan.


Dus wie het mannelijke element van de Bijbel wil terugdringen, heeft goede theologische gronden om dat te doen. Je kunt in het Oude Testament ongeveer 6000 keer het woord “Heer” schrappen. Ik snap dat sommige theologen voor deze ingreep terugschrikken, want het gaat in tegen de traditie. Bovendien laat het zien dat er een kloof is tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Maar het is wel eens goed om die kloof zichtbaar te maken: voor de meeste Joodse theologen is het nog steeds onbegrijpelijk en zelfs godslastering dat een mens is uitgeroepen tot God de Heer.

36 keer bekeken
Schrijf een reactie aan Christiaan...
© Christiaan Roorda - 2020
Website gemaakt door Taktiek Communicatie