Hoe het komt dat de toeslagenaffaire maar niet wordt opgelost

En toen had ik mijn eigen kleine schermutseling met de Belastingdienst. Ik had zonnepanelen op mijn dak gelegd en had aangifte gedaan om de betaalde BTW terug te krijgen. Het was allemaal goed gegaan, de BTW was teruggestort. Ik moest alleen nog twee keer een nieuwe BTW-aangifte indienen, voor het derde en vierde kwartaal. Twee nul-aangiftes, want er viel niks meer te betalen of te verrekenen, maar ach, als de regels daar om vragen, dan doe ik dat. Alleen wat nulletjes invullen.

Maar toen het zover was, bleek ik helemaal geen aangifte meer te hoeven doen. Ik belde de belastingtelefoon: hoe kon het dat ik toch een brief had gekregen waarin stond dat dat wel moest? Ja ziet u, legde de meneer aan de andere kant uit, u hebt een standaardbrief gekregen die bestemd was voor een veel grotere groep echte ondernemers. De groep die zonnepanelen heeft aangeschaft kreeg de brief ook, want die waren formeel aangemerkt als ondernemer, en in het algoritme voor het maken van de brief was het niet gelukt die eruit te krijgen. Iets met een vinkje dat niet weg te krijgen was. “U wist dus dat de brief fout was?” vroeg ik. “Ja, dat wisten wij,” zei de ander. “Maar die brief moest weg.”


Daarmee was mijn kleine schermutseling opgelost. Te saai om te melden. Op één detail na.


Systeemdenken. Die brief moet weg. Jammer dat er ook een groep burgers is die volkomen ten onrechte te horen krijgt dat ze aangifte moeten doen. Bij de Belastingdienst toeslagen zijn burgers om kleinere foutjes genadeloos gestraft, want als een burger zoiets doet heet het opzettelijke fraude.


Het woord toeslagen is gevallen. Mijn kleine wrijvinkje leert iets over de toeslagenaffaire, die nu door de Tweede Kamer in een reeks openbare verhoren wordt onderzocht. Niet over het ontstaan van die affaire: dat had alles te maken met het negatieve en narrige mensbeeld dat veel – vooral rechtse – politici hebben van burgers: iedere burger die een klein foutje maakt is een opzettelijke fraudeur. Wel over het trage tempo waarmee de slachtoffers van de affaire worden geholpen.


Dan blijkt namelijk dat slachtoffers niet zomaar kunnen worden terugbetaald. Het moet eerst allemaal ordentelijk worden vastgesteld: er mag vooral niet achteraf blijken dat iemand teveel krijgt uitbetaald, want dan moeten we weer gaan terugvorderen. Bovendien moet elk geval grondig worden bekeken op precedentwerking. Dat het daardoor heel lang duurt is geen ernstig bezwaar, want binnen het systeem is traagheid nauwelijks een probleem. Dat er intussen miljoenen zijn uitgegeven aan consultants die moeten helpen de problemen op te lossen, is evenmin een bezwaar, want dat past helemaal binnen het systeem.


En dan hebben Financiën en Sociale Zaken nog ruzie wie de rekening moet betalen; om onduidelijke redenen geeft dat ook weer vertraging. En o ja, de Belastingdienst toeslagen heeft dossierstukken weggemaakt, dus zal de burger die moeten aanleveren. Nog steeds moet de burger zijn onschuld bewijzen.


Hier zal men toch eindelijk het systeem moeten loslaten. Het gaat niet om exacte bedragen, want een groot deel is immateriële schade die toch niet goed is uit te rekenen. Dus geef een rond bedrag dat gul naar boven is afgerond, betaal het snel uit en leg vast dat het niet meer wordt teruggevorderd. Laten we dat burgerdenken noemen (mijn spellercontrole kent het woord niet).


Dat mag van mij best precedentwerking hebben. In het Groningse aardbevingsgebied bijvoorbeeld.

56 keer bekeken
Schrijf een reactie aan Christiaan...

Bedankt voor de inzending!